In de nieuwe
regering moeten straks politici van zeer verschillende bloedgroepen
samenwerken. Dat is lastig, want hier spelen twee tegenstrijdige driften in de
menselijke natuur een rol: de behoefte om samen te werken tegen gevaar van
buitenaf en de behoefte om altijd je zin te krijgen. We leven daarbij in een
tijd van polarisatie; de problemen zijn ongekend groot en de afstanden lijken
onoverbrugbaar.
Daarom kunnen
politici nog wat leren van mijn kinderen.
In een gezin gooit
moeder natuur de meest onwaarschijnlijke bloedgroepen bij elkaar. Het is een
coalitie waar je voor de rest van je leven aan vastzit. Een intense vorm van
karaktervorming.
Vooral bij ons
thuis.
Mijn ouders
adviseerden me destijds om te streven naar een gezin met drie kinderen. De
redenering was als volgt: twee kinderen verdelen de macht in het gezin
onderling, maar bij drie kinderen is die macht altijd uit balans en dat brengt
een beetje leven in de brouwerij.
Een leuke
redenering in de jaren zeventig. In die tijd hadden Wiegel en Van Agt ook maar
één etentje nodig om de macht in Den Haag te verdelen. Van Agt was een slechte
slaper en zou het land dus ‘s avonds regeren, Wiegel paste ’s ochtends op de
winkel. Dat leverde zulke harmonieuze taferelen op, dat de heren veertig jaar
later nog steeds een blos van vertedering op hun wangen krijgen als ze elkaars
naam horen. Ach ja, die schattige jaren zeventig, wie verlangt er niet naar
terug?
De gedachte dat je
macht op een ordelijke manier kunt verdelen omdat iedereen een gezamenlijk doel
nastreeft, lijkt nu iets van een andere planeet in een zonnestelsel hier ver
vandaan. In de tijd van afkortingen als MSN, SMS, Wii en ADHD willen we onze
impulsen voortdurend uitleven. Het ooit zo knusse gezin is het toneel geworden
waarop de meest verschrikkelijke botsingen der ego’s worden uitgevochten. Het
is ook niet verwonderlijk dat een schrijver als Arnon Grunberg, die alle
oorlogshaarden in de wereld heeft gezien, nu een gezin uit een Nederlandse
Vinexwijk tot onderwerp van zijn studie heeft gemaakt.
Ik wens hem veel
sterkte.
Ons gezin is een
duidelijk geval van ADHD: een Absurd Druk HuishouDen. Al onze kinderen hebben
een gebruiksaanwijzing. Maar hoe die eruit ziet, daar zijn mijn vrouw en ik nog
niet achter. De jongste heeft meer energie dan een peloton tourrenners op
steroïden. Ze moet voortdurend bewegen en springen en suist op eenwielers en waveboards door de huiskamer. Daarbij maakt ze
constant geluiden met lichaamsdelen die daarvoor niet zijn ontworpen. Als ze
van school komt, is het net of er een orkaan door het huis raast die een spoor
van vernieling en chaos achterlaat. Daarbij is ze óók nog het zonnetje in huis
en maakt ze schilderijen waar een onuitputtelijke levensvreugde vanaf straalt.
Onze oudste is ook
druk, maar dan in zijn hoofd. Hij heeft zoveel gedachten, associaties bij
gedachten en interessante ingevingen bij die associaties, dat hij leeft in een
staat van voortdurende interne afleiding. Vraag of hij de biobak buitenzet en
er gebeurt niets. Neem hem mee naar de biobak, duw hem het gangetje in en de
biobak staat een week later nog bij de buren. Daarbij is het een jongen met een
verbijsterende fantasie en echte diepgang die het leed van zijn medemens
feilloos aanvoelt. Zijn grootse probleem: als hij iets wil zeggen, moet dat nú
gebeuren, anders is hij het vergeten. Dat heeft hij helaas gemeen met zijn
zusje. Wat ze ook gemeen hebben: ze kunnen heel slecht tegen broertjes of
zusjes die voortdurend zeggen wat in ze opkomt en daarbij ook nog allerlei
storende geluiden moeten maken.
De oudste en de
jongste maken daarom 24 uur per dag ruzie. Onze maaltijden zijn een schreeuw-,
schop en jankfestijn. Een vechtkabinet? Dat is voor watjes. Ik nodig de nieuwe
premier van Nederland uit een avondje bij óns te komen eten. Geert Wilders zou
in mijn gezin een muurbloempje zijn.
Dat brengt me op
onze middelste. Deze opgeruimde, bijzonder zonnige, goed georganiseerde
modeldochter heeft temidden van deze chaos geleerd dat het geen zin heeft voor
jezelf op te komen en dat je je in het leven zelf moet zien te redden. De
ironische distantie waarmee ze de anderen om aandacht ziet vechten, dreigt nu
een levenshouding te worden. Daarom heb ik haar geleerd met de vuist op tafel
te slaan en keihard te schreeuwen als niemand naar haar wil luisteren. Die
training lijkt een niet bedoeld neveneffect te hebben: ze slaat míj nu de hele
dag. Ze schopt tegen mijn schenen of stompt in mijn maag als ze haar zin niet
krijgt. Net als Femke Halsema glimlacht ze daar dan heel verleidelijk bij.
Iedere vorm van
samenwerking lijkt in ons gezin een droom voor utopisten die volledig van de
realiteit zijn losgezongen.
- Oké, wie zou de hond
uitlaten?
- Ik niet.
- Ik heb het gisteren
al gedaan.
- Dat beest poept drie
keer per dag, hoor. Op het schema op de ijskast staat dat jij het moet doen.
- Ik heb het vanochtend
én gisterochtend gedaan.
- Niet waar, LUL!.
- Wel waar,
KUT-ADHD-ER!
- Papa, hij scheldt me
uit!
Gesnik,
dichtslaande deuren, een pak melk dat de ijskast ingeslingerd wordt en de
computer die wordt aangezet. En het aroma van een verse hondendrol op het
vloerkleed in de huiskamer. Moet ik nog uitleggen wie bij ons de hond uitlaat?
Toch is er een
groot lichtpunt. In de hete vuren van ons gezin worden hele boeiende, krachtige
persoonlijkheden gesmeed. Persoonlijkheden die als het erop aankomt oog hebben
voor een ander, liefdevol en zorgzaam kunnen zijn en nog steeds het allermeeste
genieten van een spelletje kaart met het hele gezin. Kinderen die tot onze
verbazing zelfs bij elkaar in bed kruipen als het in de boze buitenwereld
onweert en dondert. Als die kleine wondertjes van intimiteit en menselijk geluk
in míjn gezin mogelijk zijn, dan is er nog hoop voor de Nederlandse regering.
Alex van Galen
Geheim Wapen
Mensen vragen me
wel eens: wat is het geheim van je succes? Nou ja, ze vragen het nooit, maar
het is een mooie openingszin. Mijn antwoord zal u misschien verrassen: de
drijvende kracht achter mijn succes is mijn moeder.
Mam, de witte
motor. Of, iets correcter: Mam, de grijze motor.
Mijn nieuwe
uitgever doet alle publiciteits- en marketingactiviteiten rondom Duivelssonate
met verve. Zeer enthousiast en vakkundig zijn de lieve mensen daar. Voor mij
een heerlijk gevoel dat ik elke schrijver van harte toewens. Neus in de boter,
dat soort gedoe. Maar wat deze professionals bij AW Bruna doen, valt volledig
in het niet bij de marketingterreur van mijn 74-jarige moeder.
U hoort het goed:
terreur.
De terreur wordt
bij voorkeur uitgeoefend bij de plaatselijke boekhandel. Haar slachtoffers:
nietsvermoedende verkopers met een grote liefde voor boeken. Een liefde die
door haar guerrillatactieken danig op de proef wordt gesteld.
Het is weekend en
ik lig nog in bed. Zaterdagochtend. Voor normale mensen een fijn moment om te
winkelen. Voor mijn moeder het ideale tijdstip voor een minutieuze
inspectieronde langs de Brabantse boekwinkels.
De telefoon gaat.
‘Ja, met mij. Ik
loop net de AKO uit.’
Ze hijgt een
beetje, op de achtergrond winkelmuziek.
‘Mam? Loop je weer
in de stad? Wat hadden we nou afgesproken?’
‘Een schande! Ze
hadden je boek helemaal achterop de tafel gelegd. Maar geen paniek. Ik heb je
helemaal naar de eerste rij geschoven.’
‘Naar waar...? En
de andere boeken dan?’
‘Fluitje van een
cent. Ik heb de stapel van Simone van der Vlugt gewoon onder de tafel gezet.’
‘Je hebt WAT?!!’
‘Onder de tafel.’
‘Van Simone van
der Vlugt?!’
‘Die verkoopt toch
meer boeken dan ze kan bijhouden. En ik heb ook een paar exemplaren bovenop
Saskia Noort gelegd. Dat is toch maar porno, daar zit niemand op te wachten.’
Mijn hartslag is
meteen in galop, mijn mond wordt droog. Ik durf de volgende vraag bijna niet te
stellen. Omdat ik het antwoord al weet.
‘Mam, luister goed
naar me. Zeg dat de mensen van de AKO je niet hebben gezien.’
‘Niet gezien? Ik
ben natuurlijk even op ze afgestapt.’
Ik heb het gevoel
alsof er een pallet loodzware, onverkoopbare boeken op me wordt neergelaten.
Maar mijn moeder gaat fris door:
‘Ik heb die
meisjes van de AKO even flink de oren gewassen. Ze weten tegenwoordig niet meer
hoe je boeken moet verkopen, hè? Dus heb ik het ze even uitgelegd.’
‘Maar je hebt ze
niet gezegd dat je mijn moeder bent, toch? Mam? Dát heb je niet gezegd?’
‘Natuurlijk wel.
Daar hoef ik me toch niet voor te schamen? Of wel?’
‘Nee, mam.’
‘Ik sta niet voor
niks voorin het boek. En ik heb meteen drie exemplaren besteld.’
‘Als je een extra
boek nodig hebt, kun je míj toch vragen?’
‘Maar nou moeten
ze bijbestellen, suffie! Wacht, ik loop net de Bruna in.’
‘Nee, mam. Die
hebben de vorige keer bij de uitgever geklaagd dat...’
Maar het is te
laat. Ik word gedwongen het verloop van het gesprek te volgen.
‘Mevrouw? Mevrouw!
Ik was eerst. Heeft u Duivelssonate van Alex van Galen? Uitverkocht? Ja, dat
krijg je als je zo zuinig inslaat. Wanneer komt het dan weer binnen?’
Op de achtergrond
hoor ik de onschuldige boekverkoper een antwoord murmelen. Deemoedig haast.
Maar mijn moeder is niet tevreden.
‘Nog niet
bijbesteld? Serieus? Dat verbaast me dan toch bijzonder. Weet u wel dat mijn
zoon een ongelofelijk positieve recensie in het NRC heeft gehad? Hij is op alle
radioprogramma’s geweest en hij komt hier uit de stad. Kijk anders even op de
computer wanneer het weer binnenkomt. Hij staat onder Van Galen. Alex van
Galen. Mijn zoon, ja.’
‘MAM!!!’
Maar mijn moeder
heeft meer tactieken tot haar beschikking. Door heel het land heeft ze spionnen
die iedere winkel inspecteren. Is het plaatselijk Duivelssonate-gehalte niet
hoog genoeg, dan klimt ze in de telefoon. Ze hitst familieleden op om
wagonladingen Duivelssonate te bestellen. In haar geboortedorp in Friesland,
bijvoorbeeld. Daar lagen twee exemplaren, zo wist ze me te vertellen. Toen ze
mijn hoogbejaarde oom eindelijk zo ver had om ook een Duivelssonate te kopen,
bleek het eerste exemplaar al verkocht. Twee dagen lang liep mijn moeder te
prakkiseren: wie had dat andere exemplaar dan gekocht? Het was een groot
mysterie. Snel wordt er een rondje langs alle neven en nichten gebeld.
Zulke liefde is
geweldig hartverwarmend, ontroerend en behoorlijk zaligmakend.
En wat blijkt: de
terreur van mijn moeder werkt. De verkoop stijgt gestaag op plaatsen waar ze
haar spionnen heeft rondlopen. Het brengt me op een idee. Dit is een gat in de
markt. Mijn moeder zou de moeders van andere schrijvers kunnen helpen met de verkoop.
Ik zie workshops voor me. Masterclasses. Een basisboek MoederMarketing.
Maar als ik dat
idee opper, schudt ze weemoedig haar hoofd.
‘Wat is dat nou
voor onzin, jongen,’ zegt ze. ‘Wat kunnen mij die andere schrijvers schelen? Ik
doe het toch alleen voor jou?’
En vervolgens
koopt ze nog drie exemplaren bij Bol.com. Want ze moeten daar niet denken dat
de verkoop van Duivelssonate aan het inzakken is. Nog lang niet!